Wie gaat er mee naar de dokter? De afspraken van je vader of moeder samen regelen
Het bezoek is in veel families nog wel verdeeld. De afspraken niet. De huisarts, de controle bij de cardioloog, de tandarts: het loopt bijna altijd via één kind, en de rest hoort er achteraf iets over, of niets. Dit gaat over hoe je dat samen doet — wie er meegaat, wat je vooraf regelt, en hoe iedereen daarna weet wat er gezegd is.
Luuk de Bruin · bijgewerkt
Waarom juist de afspraken bij één iemand blijven hangen
Bezoek is zichtbaar. Iedereen weet dat er gisteren iemand was, en merkt het als er een week niemand kwam. Een afspraak bij de specialist is dat niet. Die komt binnen via één telefoonnummer, meestal dat van het kind dat het dichtst bij woont, en verdwijnt in diens eigen agenda.
Wie de brief krijgt, gaat mee. Wie meegaat, hoort wat er gezegd wordt. En wie dat een jaar doet, is de enige die nog weet waarom dat ene medicijn erbij kwam en wanneer de volgende controle is. Niemand heeft daarvoor gekozen; het is zo gegroeid.
Dat gaat goed tot degene die alles weet zelf ziek wordt of op vakantie gaat. Dan weet de rest niet waar te beginnen. En tot die tijd horen broers en zussen het nieuws via via, dagen later en telkens een beetje anders.
Niet elke afspraak vraagt om familie
De eerste stap is niet verdelen, maar sorteren. Een gesprek over een uitslag is iets anders dan de pedicure, en wie alles even zwaar neemt, zit binnen een maand elke week in een wachtkamer.
Kijk daarna wie bij welke afspraak past. De dochter die zelf in de zorg werkt voor het gesprek met de specialist, de kleinzoon met de auto voor de controle op dinsdagochtend, de broer die ver weg woont voor het nabellen van de poli. Zo draagt iedereen iets zonder dat één iemand alles doet.
- Gesprekken over een uitslag, een diagnose of een behandelkeuze. Hier wil je iemand bij die de voorgeschiedenis kent, en liefst dezelfde persoon als de vorige keer.
- Controles, bloedprikken, de tandarts of de oogarts. Hier gaat het vooral om vervoer, begeleiding en een tweede paar oren. Dit verdeel je het makkelijkst, ook met kleinkinderen of een schoonzoon.
- Afspraken die naar haar toe komen: de fysiotherapeut, de kapper, de pedicure, de arts die op de kamer langskomt (in het verpleeghuis vaak de specialist ouderengeneeskunde). Daar hoeft niemand bij, maar je wilt wel weten dat ze er zijn — zodat je niet op hetzelfde uur op bezoek komt, en kunt vragen wat er gezegd is.
Vraag haar wie ze erbij wil
Het is haar afspraak. Sommige ouders zijn blij als er een kind naast ze zit; anderen voelen zich dan behandeld als iemand die het niet meer zelf kan. Vaak hangt het van de afspraak af: bij de tandarts liever alleen, bij de uitslag liever niet.
Vraag het dus, en vraag het per soort afspraak in plaats van één keer voor altijd. Spreek ook af wat jouw rol is. Meeluisteren en opschrijven is iets anders dan het gesprek overnemen, en de arts praat met je moeder, niet met jou.
Er is ook een praktische reden. Een arts heeft een beroepsgeheim en mag medische gegevens niet zomaar aan anderen geven, ook niet aan de kinderen. Met toestemming van je moeder mag dat wel. Zit je erbij omdat zij dat wil, dan hoor je het in de spreekkamer. Bel je later zelf de poli, dan is dat een ander verhaal. Kan ze zelf niet meer overzien wat er besproken wordt, dan krijgt ook haar vertegenwoordiger de informatie.
Wat je vooraf op papier zet
Een gesprek bij de arts is voorbij voor je het weet, en de vraag waarvoor je kwam schiet je pas op de parkeerplaats weer te binnen. Thuisarts.nl raadt aan je vragen op te schrijven en iemand mee te nemen, omdat je samen meer onthoudt. Is er veel te bespreken, vraag bij de huisarts dan om een langere afspraak.
Het nuttigste lijstje maak je niet alleen. De familie ziet samen meer dan degene die toevallig meegaat: de een merkte dat ze slechter eet, de ander dat ze vaker iets kwijt is.
- De vragen, met de belangrijkste bovenaan. Een korte lijst komt eerder helemaal aan bod dan een lange.
- Wat er veranderd is sinds de vorige keer. Vallen, slechter eten, meer vergeten, nieuwe pijn, een medicijn dat ze niet meer neemt.
- Een actueel medicatieoverzicht. Dat vraag je gratis op bij de apotheek. Zet er zelf bij wat ze zonder recept gebruikt, zoals paracetamol.
- Bril en gehoorapparaat, opgeladen of met verse batterijen. Het klinkt vanzelfsprekend, tot je in de spreekkamer zit naast iemand die de helft niet verstaat.
- Een geldig identiteitsbewijs, want dat moet ze in de zorg kunnen laten zien, en de zorgpas. Is er een verwijsbrief, neem die dan ook mee.
Tijdens het gesprek
Je bent er niet om het over te nemen, maar om te zorgen dat er na afloop niets kwijt is. Dat vraagt een paar afspraken vooraf, want in de spreekkamer is er geen tijd om ze te maken.
- Spreek af wie schrijft. Laat je moeder praten en schrijf jij mee, in steekwoorden. Wie tegelijk praat en opschrijft, doet allebei half.
- Moet er iets gekozen worden, gebruik dan de 3 goede vragen van de Patiëntenfederatie: Wat zijn mijn mogelijkheden? Wat zijn de voordelen en nadelen van die mogelijkheden? Wat betekent dat in mijn situatie? Bij een kwetsbare ouder draait het vaak om die laatste.
- Vraag aan het eind om een korte samenvatting. "Mag ik even herhalen wat ik heb opgeschreven?" is een gewone vraag, en je hoort meteen of je iets gemist hebt.
- Vraag wat er nu gebeurt, en wie wie belt. Komt er een brief, belt het ziekenhuis voor een vervolgafspraak, of moeten jullie zelf bellen? En wanneer trek je aan de bel als je niets hoort?
- Opnemen mag ook. Volgens artsenfederatie KNMG mag een patiënt een gesprek met de arts voor eigen gebruik opnemen. Vooraf melden hoeft niet, maar het is wel zo prettig om het even te zeggen.
Daarna: één keer vertellen, op één plek
Na afloop begint het deel waar het meestal misgaat. Wie mee was belt de zus, appt de broer, vertelt het nog eens aan de schoonzus die ’s avonds belt, en ergens in die reeks raakt er iets kwijt. Een week later heeft iedereen een eigen versie.
Schrijf het één keer op, dezelfde dag nog, op een plek waar de hele familie het leest. Drie dingen: wat er gezegd is, wat er nu gebeurt en wie dat doet, en hoe het met haar ging.
In Wie Gaat Er Op Bezoek staan de afspraken daarom in dezelfde kalender als het bezoek, met een notitie vooraf en een notitie achteraf. Is een afspraak voorbij, dan vraagt de app "Hoe ging het?", zodat iemand opschrijft wat er gezegd is. Een apart veld voor wie er meegaat is er niet; dat zet je in de notitie vooraf. En het is geen medisch dossier: er staat geen medicatielijst in, en het praat niet met de huisarts of het ziekenhuis.
Zo kan zo’n notitie eruitzien:
- Vooraf, praktisch: controle cardioloog, dinsdag 10.20 uur, polikliniek 3. Ans gaat mee en haalt mam om 9.30 uur op.
- Vooraf, meenemen: medicatieoverzicht van de apotheek, bril, gehoorapparaat, identiteitsbewijs en zorgpas.
- Vooraf, vragen: waarom is ze zo kortademig op de trap? Kunnen de pillen op minder momenten per dag? Sinds de vorige controle is ze twee keer bijna gevallen.
- Achteraf, wat er gezegd is: het hartfilmpje is hetzelfde als bij de vorige controle. De cardioloog wil de kortademigheid verder bekijken met een echo. Aan de medicijnen verandert voorlopig niets.
- Achteraf, wat er nu gebeurt: het ziekenhuis belt voor de echo. Heeft niemand voor het eind van de maand iets gehoord, dan belt Ans de poli. Peter gaat volgende week met mam naar de huisarts over het vallen.
- Achteraf, hoe het met haar ging: moe maar opgewekt. Ze vroeg of de kleinkinderen zondag komen.
Vervoer, en wat als er niemand kan
Meegaan naar het ziekenhuis kost al snel een halve ochtend, en het vervoer is daar het grootste deel van. Kan er niemand, of is het te vaak, dan zijn er regelingen. Wat er voor jullie geldt, verschilt per gemeente en per verzekering.
De regiotaxi is vervoer via de gemeente, van deur tot deur. Met een Wmo-indicatie, aan te vragen bij het Wmo-loket, reis je goedkoper. Voor een vaste afspraaktijd is het niet altijd handig: de taxi kan wat eerder of later komen, en onderweg stappen soms anderen in en uit.
Zittend ziekenvervoer vergoedt de basisverzekering alleen in bepaalde gevallen, onder meer bij nierdialyse, bij chemotherapie, radiotherapie of immunotherapie, als iemand alleen per rolstoel kan reizen, of door slecht zien alleen met begeleiding. Er geldt een eigen bijdrage. Moet je moeder langdurig vaak naar een behandeling, vraag dan naar de hardheidsclausule. Vraag het altijd vooraf na bij de zorgverzekeraar.
Valys, met een Valyspas, rijdt ritten van meer dan 25 kilometer buiten de eigen regio. Dat is bedoeld voor sociaal-recreatieve uitstapjes, zoals familiebezoek. Gaat het om een behandeling, kijk dan eerst wat de zorgverzekeraar vergoedt.
Veelgestelde vragen hierover
Wat neem je mee naar een afspraak bij de huisarts of in het ziekenhuis?
De vragen die je wilt stellen, op papier, en wat er veranderd is sinds de vorige keer. Een actueel medicatieoverzicht, dat je gratis bij de apotheek opvraagt. Een geldig identiteitsbewijs, de zorgpas en de verwijsbrief als die er is. En bril en gehoorapparaat, want een gesprek dat je half verstaat, onthoud je ook maar half.
Mag de arts mij vertellen hoe het met mijn vader of moeder gaat?
Alleen als je vader of moeder daar toestemming voor geeft. Een arts heeft een beroepsgeheim, ook tegenover de kinderen. Ga je mee omdat je ouder dat wil, dan hoor je het in de spreekkamer. Kan je ouder zelf niet meer overzien wat er besproken wordt, dan krijgt ook de vertegenwoordiger de informatie.
Krijg je vrij van je werk om met je moeder of vader naar het ziekenhuis te gaan?
Soms. De Rijksoverheid noemt het begeleiden van iemand uit je naaste omgeving naar de dokter als situatie waarin je calamiteitenverlof of kort verzuimverlof kunt opnemen, als het alleen onder werktijd kan. Je salaris loopt dan door. Het gaat om kort verlof; hoe het in jouw situatie uitpakt, bespreek je het beste vooraf met je werkgever.
Zet de afspraken naast het bezoek
Eén kalender voor het bezoek en de afspraken, met een notitie vooraf en achteraf die de hele familie leest. Gratis voor één ouder of grootouder, met zoveel familieleden als je wilt.
Verder lezen