Revalidatie na een gebroken heup: zo helpen jullie als familie
Je moeder is gevallen, geopereerd, en kan na een paar dagen in het ziekenhuis nog niet naar huis. Dan begint de revalidatie na een gebroken heup, meestal op een plek waar je nog nooit van had gehoord. Dit is wat daar gebeurt, hoe lang het duurt, en wat jullie als familie doen dat echt helpt.
Luuk de Bruin · bijgewerkt
Waar de revalidatie na een gebroken heup meestal plaatsvindt
Bij revalidatie denk je aan een revalidatiecentrum. Voor veel ouderen is dat niet waar ze terechtkomen. Een revalidatiecentrum werkt in een tempo dat voor de meeste kwetsbare ouderen te hoog is. Wie kwetsbaar is en meerdere aandoeningen heeft, gaat na een gebroken heup meestal naar geriatrische revalidatiezorg, kortweg GRZ.
GRZ vindt meestal plaats op een revalidatieafdeling van een verpleeghuis, soms op een afdeling bij een ziekenhuis. Een specialist ouderengeneeskunde heeft de leiding, met een team van onder meer fysiotherapeuten, ergotherapeuten en verzorgenden, en waar nodig een psycholoog of diëtist.
Dat het in een verpleeghuis is, schrikt families soms af. Het is geen definitieve opname. Het doel van GRZ is terug naar de eigen woonsituatie, en de hele afdeling is daarop ingericht.
Hoe je er komt, hoe lang het duurt, wat het kost
Het besluit valt in het ziekenhuis, en vaak snel. De ziekenhuisopname zelf duurt vaak maar een paar dagen tot een week. In die dagen bekijkt de transferverpleegkundige samen met de artsen of ze naar huis kan, of dat tijdelijk verblijf nodig is, en welke vorm.
Jullie mogen een voorkeur voor een locatie opgeven. Kies niet alleen op naam, maar ook op wie er het vaakst heen gaat. Twintig minuten rijden voor de dochter die drie keer per week komt, weegt vaak zwaarder dan een mooie afdeling aan de andere kant van de provincie. Is er op de eerste keus een wachtlijst, dan zoekt het ziekenhuis een andere plek.
Reken op weken, niet op dagen. Gemiddeld verblijven mensen zo’n zes weken in de GRZ, maar dat gemiddelde gaat over alle revalidanten en zegt weinig over jouw moeder. Het volledige herstel van een gebroken heup kan tot een jaar duren, dus thuis gaat het oefenen door.
GRZ valt onder de basisverzekering. Er is geen eigen bijdrage, maar het eigen risico telt wel mee. Na een ziekenhuisopname met operatie is het eigen risico van dat jaar vaak al op. Duurt de revalidatie langer dan zes maanden, dan is vooraf toestemming van de verzekeraar nodig.
Is een revalidatieprogramma niet wat ze nodig heeft, bijvoorbeeld omdat ze vooral moet aansterken, dan is eerstelijnsverblijf (ELV) de andere route: tijdelijk verblijf met zorg en toezicht, zonder het volledige revalidatieprogramma. Ook ELV valt onder de basisverzekering en het eigen risico, en is bij veel verzekeraars bedoeld voor hooguit drie maanden.
Een dag op de revalidatieafdeling
Op een revalidatieafdeling is de hele dag oefening. Er zijn vaste momenten met de fysiotherapeut of ergotherapeut, maar ook zelf wassen, aankleden en naar het toilet lopen horen bij de behandeling. De verzorging doet daarom niet alles voor haar, ook niet als dat sneller zou gaan.
Dat is zwaar werk, en na een ochtend oefenen kan ze ’s middags flink moe zijn. Veel afdelingen laten doordeweeks pas vanaf de middag bezoek toe, vragen je de maaltijden en rustmomenten over te slaan, en zijn in het weekend ruimer.
Het weekend is anders. Op veel afdelingen is er dan geen therapie in de oefenzaal en doet ze hooguit haar eigen oefeningen. Die dagen zijn lang, en juist dan maakt bezoek het verschil.
Schrik niet als ze de eerste tijd in de war is. Acute verwardheid, een delier, komt bij ouderen na een operatie regelmatig voor, wisselt vaak over de dag en duurt meestal een paar dagen tot een paar weken. Praat rustig en in korte zinnen, kom met één persoon in plaats van vier, en meld het bij de verpleging als het plotseling erger wordt.
Plan het bezoek rond de therapie
In de revalidatie gaat het niet om zoveel mogelijk bezoek, maar om bezoek op de goede momenten. Een uur op de kamer terwijl ze eigenlijk moet rusten, kost haar meer dan het oplevert.
Vraag in de eerste week naar haar weekprogramma en de bezoektijden van de afdeling, en zet die ergens waar de hele familie ze ziet. In Wie Gaat Er Op Bezoek leg je de bezoektijden per dag vast, zodat er alleen binnen die uren gepland kan worden. Het evaluatiegesprek en de controle in het ziekenhuis zet je er als afspraak bij, met een notitie die iedereen kan lezen.
Houd het doordeweeks kort en laat het weekend niet leeg. Een week kan er bijvoorbeeld zo uitzien:
- Maandag, 15.30 uur: dochter, een half uur. Vraagt hoe het weekend was en wat er deze week op het programma staat.
- Dinsdag: geen bezoek. Een rustige dag is geen gat.
- Woensdag, 16.00 uur: zoon. Loopt mee over de gang, zoals de fysiotherapeut heeft voorgedaan.
- Donderdag, 19.00 uur: kleinzoon na zijn werk, twintig minuten.
- Vrijdag: geen bezoek, wel even bellen.
- Zaterdag, 11.00 uur: schoondochter. Koffie in het restaurant, de schone was mee.
- Zondag, 14.00 uur: zus, een uur. Samen de oefeningen uit haar map doen, als het team dat goed vindt.
Wat je als bezoeker kunt doen
Je hoeft geen therapeut te zijn om te helpen. De meeste winst zit in kleine dingen die het oefenen makkelijker maken, en in één ding dat je beter laat.
- Breng stevige schoenen waarin ze kan oefenen, en makkelijk zittende kleding voor overdag.
- Neem haar bril, gehoorapparaat en een paar vertrouwde spullen mee, zoals haar eigen klok en foto’s. Dat helpt haar zich te oriënteren.
- Loop alleen mee over de gang als de fysiotherapeut zegt dat het mag, en vraag hoe: met welk hulpmiddel, hoe ver, en of er iemand van de zorg bij moet.
- Vraag of je een keer bij een therapiemoment mag kijken. Dan zie je wat ze oefent en hoe je haar helpt zonder het over te nemen.
- Neem niet over wat ze zelf moet leren. Haar vest dichtknopen of haar rollator aanschuiven voelt als zorg, maar het is precies haar oefening.
- Spreek af wie de was doet en wie de spullen bijhoudt, zodat het niet ongemerkt bij één persoon blijft liggen.
Het evaluatiegesprek: ga met één persoon, en met vragen
Vaak stelt het team na de eerste week in een multidisciplinair overleg (MDO) de doelen en een voorlopige ontslagdatum vast. Daarna volgt een gesprek met je moeder en de familie, en dat komt geregeld terug. Bij sommige afdelingen is dat elke drie weken.
Ga er met één persoon uit de familie heen, hooguit twee. Verzamel vooraf de vragen van de rest en deel na afloop een kort verslag. Dan hoeft de zorg niet vier keer hetzelfde uit te leggen, en hoort niemand het via via.
Neem deze vragen mee:
- Wat moet ze kunnen om naar huis te gaan, en hoe ver is ze daarvan af?
- Wat is de voorlopige ontslagdatum, en waar hangt die van af?
- Wat kunnen wij bij het bezoek doen, en wat liever niet?
- Komt er een proefverlof of een weekend thuis, en wanneer?
- Wat moet er thuis veranderen, en wie komt dat bekijken?
- Wat gebeurt er als naar huis niet lukt?
Naar huis, of toch niet
Naar huis gaan is het doel, maar het huis moet er ook klaar voor zijn. Denk aan losse kleedjes weg, een verhoogde toiletbril, beugels bij toilet en douche en een stevige stoel met armleuningen. Kleine hulpmiddelen zoals een rollator of douchestoel regel je via een thuiszorgwinkel. Huishoudelijke hulp en grotere aanpassingen vraag je aan bij de gemeente, via de Wmo. Begin daar op tijd mee, want het onderzoek van de gemeente mag zes weken duren.
Hulp bij wassen en aankleden thuis valt onder de wijkverpleging. Die zit in de basisverzekering en telt niet mee voor het eigen risico. De afdeling regelt de overdracht naar de zorg thuis, en soms loopt de revalidatie daarna nog door met therapie thuis.
Soms blijkt in de loop van de revalidatie dat naar huis niet meer gaat. Dat is een van de zwaarste gesprekken die je als familie voert, en het is beter als het niet pas in de laatste week valt. Vraag daarom in elk evaluatiegesprek hoe het team het ziet. Gaat het niet, dan vraagt de afdeling meestal een Wlz-indicatie aan bij het CIZ en zoeken jullie samen een verpleeghuis voor de lange termijn.
Veelgestelde vragen hierover
Hoe lang duurt revalidatie na een heupfractuur?
Een opname voor geriatrische revalidatie duurt gemiddeld zo’n zes weken, maar dat verschilt sterk per persoon. Het team noemt vaak na de eerste week een voorlopige ontslagdatum. Het volledige herstel duurt langer: na een gebroken heup kan dat tot een jaar zijn, dus thuis gaat het oefenen door.
Wat als je na het ziekenhuis niet naar huis kunt?
Dan zoekt de transferverpleegkundige in het ziekenhuis een tijdelijke plek. Om te revalideren is dat meestal geriatrische revalidatiezorg op een afdeling in een verpleeghuis; wie vooral moet aansterken, kan naar eerstelijnsverblijf. Blijkt naar huis ook daarna niet meer te gaan, dan volgt een Wlz-indicatie via het CIZ.
Betaal je zelf mee aan geriatrische revalidatie?
Er is geen eigen bijdrage. GRZ valt onder de basisverzekering en telt mee voor het eigen risico, dat na een ziekenhuisopname met operatie vaak al op is. Duurt de revalidatie langer dan zes maanden, dan moet de verzekeraar daar vooraf toestemming voor geven.
Zet de revalidatieweken in één agenda
Leg de bezoektijden van de afdeling vast, zet de gesprekken erbij en laat iedereen zelf een dag kiezen. Gratis voor één ouder of grootouder, met zoveel familieleden als je wilt.
Verder lezen